Sectie C
De geschiedenis van de Welsh pony van het Cob-type (sectie C) gaat even ver terug als die van de Welsh Cob. Meestal werden ze gefokt uit een Welsh Mountain merrie en een Welsh Cob hengst.
Vaak is dat nu nog zo, al zijn er tegenwoordig meerdere goed doorgefokte sectie C-stammen. Op de kleine boerenbedrijfjes in Wales werden ze gebruikt voor het lichtere werk, en door hun snelheid en wendbaarheid ook vaak voor het schapendrijven.
De Welsh Cob staat reeds lang bij uitstek bekend om zijn ruime draf (In het Engels "trot" genoemd) en zijn ongekend uithoudingsvermogen. Ze werden voor vele doeleinden gebruikt, zowel voor het werk op het land, als ingespannen voor de wagen "voor het zondags gerij" en onder het zadel. Hierbij waren ze in staat ernorme afstanden af te leggen.
Zowel de Welsh pony van het Cob-type als de Welsh Cob staat bekend als sterk, moedig en aktief.
Ze zijn vriendelijk en aanhankelijk, intelligent en temperamentvol. Het zijn natuurlijke springers, gehard en makkelijk in het onderhoud. Ze bewijzen zich keer op keer door een enorm uithoudingsvermogen en bereidheid om te werken, zowel aangespannen als onder het zadel. Dit alles, samen met hun fiere uiterlijk, maakt hun tot een steeds populairder wordend ras.
Inmiddels worden ze over de gehele wereld zeer gewaardeerd voor recreatie en wedstrijdsport.
Echte allrounders dus!!
![]() |
![]() |
Rasomschrijving
De sectie C pony ofwel de Welsh Pony van het Cob type heeft een maximale stokmaat van 1.37m.
|
Algemeen voorkomen |
sterk, hard en actief, met ponyuitstraling en zoveel mogelijk massa |
|
Kleur |
elke kleur behalve platenbont |
|
Hoofd |
veel kwaliteit en ponyuitstraling. Een grof hoofd en een ramshoofd zijn hoogst ongewenst |
|
Ogen |
groot en moedig, uitstekend en wijd uit elkaar geplaatst |
|
Oren |
fijn en goed geplaatst |
|
Neusgaten |
uitspringend en openstaand |
|
Kaken en keelgang |
droog en fijn uitgesneden, met veel ruimte bij de kaak-uitsnijding |
|
Hals |
lang, goed gedragen en redelijk slank bij merries, maar met neiging tot een zware manenkam bij volwassen hengsten |
|
Schouders |
sterk, maar schuin naar achteren liggend |
|
Voorbenen |
vierkant gesteld en correct, vrij in de ellebogen. Een lange en sterke onderarm, goed ontwikkelde voorknie met daaronder een overvloed aan bot. De koten moeten evenredig schuin en lang zijn, de voeten goed gevormd, de hoeven hard. In natuurlijke staat is een redelijke hoeveelheid zijdeachtig behang toegestaan, maar grof draderig haar is absoluut bezwaarlijk. |
|
Middenstuk |
Rug en lendenen gespierd en sterk verbonden. Diep en goed gesloten. |
|
Croupe |
lang en sterk. Een hoekig of afhangend kruis is bezwaarlijk. Staart goed aangezet. |
|
Achterbenen |
sterke en bespierde schenkels. De spronggewrichten moeten groot, plat en droog zijn met duidelijke afgetekende hakken. Ze mogen niet naar binnen of naar buiten gericht zijn. Het achterbeen mag niet te gebogen zijn. De hak mag niet achter een lijn staan die loopt van de zitbeenknobbel naar de kogel. De koten moeten evenredig schuin en lang zijn. De voeten moeten goed gevormd zijn, de hoeven hard. |
|
Beweging |
vrij, correct en krachtig. In draf moet de knie gebogen worden en het hele voorbeen moet recht vanuit de schouder en zover mogelijk naar voren gestrekt worden. Veel buiging in de spronggewrichten, recht en krachtig stuwend onder het lichaam. |


